Presentatie Robert ’t Hart, directeur Naris

,,Heb je wel eens een baan opgezegd voordat je een nieuwe had? En accepteer je een kleine kans op een grote promotie of kies je liever voor de grote kans op een kleine promotie?’’ De vragen komen van Robert ‘t Hart, directeur van Naris, de man van ‘een beetje psychologie, een beetje sociologie en een beetje bedrijfskunde’ en vooral de man van ‘risk appetite’. Wat? Risk appetite. De lust om risico te nemen. Die lust is er vooral als er verlies dreigt. ,,Mensen nemen veel risico om verlies te voorkomen. Dat heeft ons veel gebracht, maar de angst voor verlies werkt in organisaties evengoed als dempend filter.’’

Praten over verlies, reflecteren over verlies, in veel managementlagen is het geen goede gewoonte, vertelt ‘t Hart bij de bijeenkomst van The Midfield op 13 februari in Utrecht. ,,Let eens op in organisaties: spreekt de directeur regelmatig over risico’s? Merk je dat er intern over wordt gesproken?’’ Vaak wordt volgens ‘t Hart in organisaties wel gezegd ‘we moeten ondernemend gedrag vertonen’. Maar bij ondernemend gedrag hoort kans op verlies. Dat betekent dat je tegen je verlies moet kunnen en dat je van je verlies leert.‘’

Robert t Hart dropt in rap tempo een paar statements over risico-management, waarmee de aanwezigen bij zichzelf te rade kunnen gaan en waarmee ze aan de slag kunnen in de organisaties waar ze bestuurder of toezichtouder zijn. ,,In de governance in Nederland is het risico-management altijd zeer onderbelicht gebleven, zegt ‘t Hart. ,,De riskmanager zat vaak een paar lagen onder de Raad van Toezicht. En in de financiële dienstverlening waren de corporate riskmanagers vooral actuarissen: Met al die getallen kon je de toekomst goed voorspellen.‘’ Dat verandert nu. Zo benadrukte ook de Commissie Van Manen het belang van het verstevigen van risicomanagement. ’t Hart: ,,De modellen op basis van cijfers moet je meteen ter discussie stellen. Je bootst daarmee wel de werkelijkheid na, maar je moet sceptisch blijven.‘’

Robert ’t Hart schetst drie soorten risico’s voor bestuurders en toezichthouders. Allereerst de risico’s die te voorkomen zijn. Zo mag je toch verwachten dat persoonlijke gegevens bij een zorginstelling niet zomaar op straat komen te liggen. Maar hoe doe je dat? Een mens maakt vijf fouten per dag, zegt ’t Hart. Dus het is toch nooit echt te voorkomen. En als het misgaat is er bij veel instellingen een risicoregelreflex. Maar het gaat erom dat het risicomanagement goed is opgetuigd: Incidenten geven aanleiding om te verbeteren!

‘Proud to be fout’

Ten tweede zijn er strategische risico’s, zoals keuzes over reorganisaties waarvan de gevolgen niet honderd procent te voorspellen zijn. De boodschap van ‘t Hart is: Zet de risico’s in de tijd, in welke fase zitten we nu, welke stappen kun je zetten om eruit te komen.

Ten derde de externe risico’s: Er komt van alles op een organisatie af, noem het ‘slow risks’. Denk bijvoorbeeld aan collegezalen. Ze zitten nu nog vol, maar de online colleges komen op en de vraag dient zich dus al aan: moet je nog wel collegezalen bouwen?

Robert ’t Hart benadrukt het belang van het voeren van een dialoog in de organisatie, over de risico’s, hoe je daarmee omgaat en ook over de regels die nodig zijn. Wat kan en moet er bottom-up worden geregeld? Welke scenario’s ga je uitwerken? Gesprekken daarover zijn volgens ‘t Hart moeilijk van de grond te krijgen. ,,Bestuurders durven de lead niet te nemen, omdat ze op voorhand al de verkeerde keuzes maken. Die onzekerheid vinden ze in een politieke omgeving erg moeilijk. Toch moet je communiceren over onzekerheid. Risk appetite moet echt een plek hebben in de besluitvorming en in het gesprek tussen toezichthouders en bestuurders: Waar wil je wel risico nemen, hoe blijf je weerbaar en flexibel en wat heb je wel en niet nodig.’’

,,Ik hoop dat de publieke sector niet alleen maar risicomijdender wordt. Wees niet zo bang. Als je de risico’s kent en je hebt erover gesproken, dan kun je ze ook nemen,’’ aldus ‘t Hart, die bij Naris graag zelf het goede ‘foute’ voorbeeld geeft: ,,Bij ons geldt ‘proud to be fout’. We willen bij Naris echt mensen hebben die hun fouten noemen. Als we te lang iemand zien die het perfect doet, dan gaan we vragen stellen. Ik wil signalen. Incidenten melden is een belangrijke bron. Maar om die meldcultuur te bereiken, moet je in een organisatie vaak nog wel wat stappen zetten.”

Meer informatie over Naris en Robert ’t Hart.

Lees de blog van Robert ’t Hart.

Het boek ‘No risk no fun’ stond op de shortlist voor het Managementboek van 2018.