Wat bepaalt hoe de Raad van Toezicht adviseert?

Presentatie door Michiel Louweret

Hoe vult een Raad van Toezicht zijn adviesrol in, in een wereld die voortdurend aan verandering onderhevig is? Met deze centrale onderzoeksvraag trekt Michiel Louweret – organisatieliefhebber, trainer en publicist in het publieke domein – de komende maanden de governancewereld in.
Tijdens zijn presentatie op 13 februari 2018 vroeg hij de leden van The Midfield om mee te denken over aanscherping en verdieping van zijn onderzoeksvragen.

Is het verandervermogen – of liever de ‘verandermacht’ – van toezichthouders groter of kleiner geworden en is hun adviesrol veranderd? Zijn dit inderdaad actuele, prangende, relevante onderzoeksvragen?
Volgens Louweret is in ieder geval de rol van de adviseur in het algemeen veranderd. Hij spreekt uit eigen ervaring: ,,Twintig jaar geleden wisten wij consultants het altijd beter dan onze klanten. We schreven dikke rapporten en dat waren natuurlijk ‘meesterwerken’ waarin stond hoe men zijn werk moest doen. De implementatie was vervolgens aan de opdrachtgever. Als het dan niet lukte, zei de adviseur dat de opdrachtgever het niet goed had aangepakt. Maar nu wordt wat anders verwacht van adviseurs. En hoe doe je dat als je toezichthouder bent?’’
Modellen, matrixen, kleuren… Over adviesstijlen is al veel onderzocht en gepubliceerd, maar niet over de verschillende stijlen bij toezichthouders. Zo kun je adviseren met de nadruk op lef, vernieuwen en uitproberen, of je meer behoudend en beheersmatig opstellen. Dan is er nog de ‘plan-do-check’ advisering, een taakgerichte stijl of een juist procesgerichte stijl.

Situationele factoren
Uit de onderzoeksliteratuur blijkt volgens Louweret dat je je adviesstijl niet echt kiest. ,,Het zit eigenlijk in je. Elke Raad van Toezicht ontwikkelt een eigen stijl. En als dat dan zo is, is de vraag hoe je daar bewuster mee om kan gaan. Hoe selecteer je bijvoorbeeld leden voor de Raad van Toezicht? Hoe kijk je niet alleen naar vakinhoud?’’ Bij een vacature voor een toezichthouder staan vaak wel eisen als ‘flexibiliteit en een heldere constructieve communicatiestijl’, maar wie beschikt daar eigenlijk niet over? Louweret denkt dat een Raad van Toezicht zijn stijl vooral moet afstemmen op ‘situationele factoren’. Wat die factoren zijn en hoe een Raad zijn adviesstijl daarop afstemt, is meteen een bruikbare eerste verdiepingsvraag voor het te starten onderzoek, stelt hij vast. Een paar antwoorden heeft hij zelf: Een ‘situationele factor’ is het netwerk van stakeholders. Een belangrijke is de samenstelling van de Raad zelf: Toezichthouders die vooral een inhoudelijke expert zijn, hebben een voorkeur voor taakgericht adviseren.
Goos Minderman haakt hier in de discussie meteen op aan: ,,In veel Raden van Toezicht zitten experts met zeer inhoudelijke profielen, echt interessante mensen dus, en vervolgens zetten we ze als toezichthouder op afstand! Mijn vraag zou zijn: Hoe maak je nu beter gebruik van een Raad van Toezicht?’’ Louweret ondersteunt die achterliggende wens bij het onderzoek: ,,Vraagt men in een vacature om adviesskills? Dat zit er meestal nog niet bij.’’ Dat zegt misschien ook iets over hoe er tegen de Raad wordt aangekeken: ,,Net als bij de gemeenteraad: Die wordt vaak als last gezien. We moeten er even doorheen, daarna kunnen we als bestuur weer vrolijk verder.’’ Toch ziet aanwezige toezichthouder Hans Bossert de adviesrol toenemen: ,,Bij een energiebedrijf werden we als toezichthouders gevraagd om na te denken over de stelling ‘over tien jaar is energie gratis’. Dan komt je rol in een heel ander daglicht te staan.’’

De onderzoeksvragen samengevat:
Welke factoren beïnvloeden de adviesstijl van Raden van Toezicht in het middenveld? Wordt er een bewuste keuze gemaakt? Wat belemmert of bevordert het kiezen van de juiste adviesstijl? Hoe wordt bij de samenstelling van de raad rekening gehouden met adviesstijlen en adviesskills? Wanneer neemt of krijgt de Raad een adviesrol in de organisatie? Is dit alleen in urgente situaties of juist vooral aan de voorkant?

Louweret nodigt de Midfielders uitdrukkelijk uit om de vragen aan te scherpen en te verdiepen en om mee te werken met het onderzoek. Ze kunnen bijvoorbeeld Raden van Toezicht interviewen, profielen bij vacatures doornemen en onderzoeken hoe de adviesrol in governance codes zit verwerkt.

De opbrengst van het onderzoek hoopt Louweret eind 2018 te kunnen publiceren in het tijdschrift ‘Goed Bestuur en Toezicht’.