9 maart 2021 (18.00-21.00)

Toezichthouden over een andere boeg?!

In november 2020 heeft de eerste kamer de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen aangenomen. Daarmee is eindelijk het wettelijk kader voor toezichthouders van publieke organisaties geregeld. Althans, dat zou men denken. De wetgever heeft besloten om in beginsel alle bestuursvormen toe te staan. Dat betekent dat er geen wettelijke verplichting is om over te gaan tot een zogenaamd ‘RvT-model’. Dat zou kunnen betekenen dat automatisch kan worden teruggegrepen naar de verschillende branchecodes, waarmee men in ieder geval valt binnen de wettelijke kaders. Dat is vanzelfsprekend een veilige keuze, maar gaat misschien voorbij aan de argumenten die de wetgever gebruikt om na te laten een voorkeursmodel na te streven. Wat wel duidelijk wordt is dat de wetgever wil dat er een of andere manier invulling wordt gegeven aan het toezicht. En daarmee zijn wij beland bij het thema van deze avond. Hoe geven wij invulling aan de toezichthoudende rol. De afgelopen jaren is er een duidelijke tendens waarneembaar dat toezichthouders aansprakelijk zijn en worden gesteld voor hun handelen. Daar staat tegenover dat er vanuit het veld vaak wordt gesproken over het zijn van een strategische partner.  Deze twee gezichtspunten staan centraal tijdens de bijeenkomst van The Midfield van 9 maart, met als centrale vraagstelling ‘wat moet de rol van een interne toezichthouder nu precies zijn, gegeven de wettelijke kaders?’ De avond wordt verzorgd door Remco van der Kuip, notaris en docent ondernemingsrecht van de Erasmus Universiteit, Bert Krikke ervaren bestuurder en toezichthouder en Joost Kramer.

8 juni 2021 (18.00-21.00)

Toezicht in de digitale samenleving.

Uit onderzoek van de Erasmus Universiteit blijkt dat digitalisering het stadium van het omzet van analoog naar digitaal al lang voorbij is. De digitalisering van onze maatschappij zorgt voor maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen die organisaties voor fundamentele vragen plaatsen. Dat betreft niet alleen de omgang met digitalisering, maar ook het veranderend stakeholderveld, en de aan digitalisering verbonden ethische en morele vraagstukken. Tijdens deze avond gaat dr Arno Geurtsen RC in op deze thematiek. Daarnaast zal dr. J. Posseth u meenemen in de veranderende organisatorische dynamiek. U wordt gevraagd van te voren aan de hand van concrete vragen reeds antwoord te geven op de vraag hoe de digitalisering doorwerkt in uw organisatie en wat dit voor weerslag heeft op de besturing.

7 juni 2022 (18.00-21.00)

Verkrampte organisaties: hoe worden publieke organisaties bestuurd?!

Het lijkt alsof (publieke) organisaties het in toenemende mate lastig vinden om gelegitimeerd te blijven opereren. Het publieke vertrouwen in organisaties is ogenschijnlijk tanende, en bestuurders lijken onvoldoende in staat hier iets tegenover te stellen. Dit is een vraagstuk dat reeds jaren speelt, alleen lijkt het alsof aangedragen oplossingen meer dan voorheen niet afdoende zijn. Nu de maatschappij in alle hevigheid binnenkomt via onder meer social media bij organisaties is het dan ook een goed moment om het vraagstuk van gelegitimeerd handelen nogmaals op te pakken. Het vraagstuk is ook niet langer houdbaar want publieke organisaties lijken niet om te kunnen gaan met wisselende verwachtingen. De Coranacrisis maakt dit extra duidelijk.

 

Dit krachtenveld staat centraal tijdens deze bijeenkomst. (later meer)

7 december 2021

Extern toezicht op raden van bestuur en toezicht

Het ijkpunt voor het toezicht op bedrijven en organisaties is verschoven van het naleven van regelgeving naar de borging van publieke belangen, zoals veiligheid, kwaliteit en financiële continuïteit. Externe toezichthouders kijken daarbij steeds meer naar de verantwoordelijke bestuurders en toezichthouders in de organisaties. Het gaat dan vooral om de vraag of de verantwoordelijke bestuurders en interne toezichthouders voldoende zicht en grip hebben op die publieke belangen. Raden van bestuur en toezicht hebben in veel sectoren meer verantwoordelijkheid gekregen in ruil voor verantwoording over hun bestuurlijk vermogen, handelen en inrichting. Mede op basis daarvan kan de externe toezichthouder beoordelen welke toezichtintensiteit en interventies nodig zijn. Dit toezicht op bestuur en intern toezicht werkt indirect en preventief, omdat het naar de bestuurlijke randvoorwaarden kijkt waarbinnen organisaties publieke belangen borgen. De ontwikkelingen in de relatie extern toezicht, bestuur en intern toezicht roept vooral de vraag op naar welke signalen en indicatoren externe toezichthouders moeten kijken om te beoordelen of bestuurders en interne toezichthouders voldoende oog hebben voor publieke belangen. Een andere vraag is welk type toezichtactiviteiten zinvol is om te achterhalen of bestuurders en interne toezichthouders genoeg grip hebben op publieke belangen.